Deze informatie werd opgesteld overeenkomstig de Europese Verordening (EG) 1606/2002 inzake internationale boekhoudkundige normen (IFRS) van 19 juli, 2002. De geconsolideerde jaarrekening van de Groep voor het op 31 december 2016 afgesloten boekjaar werd opgesteld in overeenstemming met de IFRS (International Financial Reporting Standards) die door de International Accounting Standards Board (IASB) gepubliceerd worden, en die goedgekeurd werden door de Europese Unie.

De boekhoudkundige normen die in de geconsolideerde jaarrekening toegepast worden voor het op 31 december 2016 afgesloten boekjaar zijn dezelfde als deze die gebruikt werden voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening van het op 31 december 2015 afgesloten boekjaar.

Normen, interpretaties en aanpassingen die in 2016 voor het eerst van toepassing zijn

In 2016 zijn geen nieuwe normen, interpretaties of aanpassingen van toepassing geworden die een materiële invloed hebben op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.

Normen, interpretaties en aanpassingen die in 2017 voor het eerst van toepassing zijn

In 2017 worden geen nieuwe normen, interpretaties of amendementen van toepassing die naar verwachting een materiële invloed zullen hebben op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.

Voor de jaarperiodes die beginnen op of na 1 januari 2017 zal de Groep, conform de aanpassingen op IAS 7 Kasstroomoverzicht die onderdeel zijn van het IASB Disclosure Initiative, die informatie verstrekken die gebruikers van de jaarrekening nodig hebben om mutaties in de verplichtingen te beoordelen die voortvloeien uit financieringsactiviteiten, inclusief mutaties die voortvloeien uit kasstromen en niet-contante mutaties.

Normen, interpretaties en aanpassingen die na 2017 voor het eerst van toepassing zijn

IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten (van toepassing voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2018). IFRS 15 werd uitgevaardigd in mei 2014. Het betreft een vijfstappenmodel waarmee de opbrengsten uit contracten met klanten worden verwerkt. Conform IFRS 15 worden opbrengsten opgenomen voor het bedrag van de vergoeding waarop een entiteit verwacht recht te hebben in ruil voor de overdracht van goederen of diensten aan een klant. Deze nieuwe standaard zal alle andere eisen inzake de verwerking van opbrengsten conform IFRS vervangen. De Groep is van plan de nieuwe standaard op de vereiste ingangsdatum toe te passen. In 2016 heeft de Groep een voorlopige beoordeling van IFRS 15 uitgevoerd. Deze is nog onderhevig aan veranderingen als gevolg van een meer gedetailleerde verdere analyse. Daarnaast neemt de Groep de verdere verduidelijking van de IASB uit april 2016 in beschouwing en worden verdere ontwikkelingen nauwlettend gevolgd.

  1. Verkoop van goederen: Aangezien de Groep zich bezighoudt met de verkoop van chemicaliën, hebben overeenkomsten met klanten meestal betrekking op de verkoop van goederen. De Groep verwacht dat de opname van opbrengsten zal plaatsvinden op het moment dat de controle over de chemicaliën wordt overgedragen aan de klant. Dit is meestal op het moment van levering. Ter voorbereiding op IFRS 15 neemt de Groep het volgende in overweging:
    1. Afzonderlijke elementen: De opbrengsten van de Groep zijn voornamelijk afkomstig uit de verkoop van chemicaliën, die gekwalificeerd worden als afzonderlijke prestatieverplichtingen. Dienstverlening met toegevoegde waarde, voornamelijk klantenservice, die overeenstemt met de knowhow van Solvay, vindt merendeels plaats gedurende de periode waarin de betreffende goederen aan de klant worden verkocht. Aanvullende diensten, zoals training, zijn niet materieel. Op basis van voorlopige resultaten verwacht de Groep een niet meer dan insignificante aanpassing ten opzichte van de huidige praktijk.
    2. Variabele vergoeding: In sommige contracten met klanten worden handels- of volumekortingen verstrekt. Momenteel verwerkt de Groep de opbrengsten uit de verkoop van goederen tegen de reële waarde van de ontvangen of te ontvangen vergoeding, na aftrek van terugnames en toezeggingen alsmede handels- en volumekortingen. Indien de opbrengst niet op een betrouwbare manier gemeten kan worden, dan stelt de Groep de verwerking van de opbrengst uit tot de onzekerheden zijn opgelost. Deze methode zorgt voor een variabele vergoeding conform IFRS 15 en de omvang daarvan dient bij het aangaan van het contract te worden geschat. Conform IFRS 15 moet de geschatte variabele vergoeding beperkt blijven om een opname van een teveel aan opbrengsten te voorkomen. De Groep beoordeelt momenteel de individuele contracten om de geschatte variabele vergoeding en de daarmee verband houdende beperkingen vast te stellen. Op basis van voorlopige resultaten verwacht de Groep een niet meer dan insignificante aanpassing ten opzichte van de huidige praktijk.
    3. Tijdstip van opname van opbrengsten: De Groep verkoopt chemicaliën aan haar klanten (a) rechtstreeks, (b) via distributeurs, en (c) met behulp van agenten. Momenteel wordt onderzoek of het moment waarop de controle over de goederen is overgedragen, zoals beschreven in IFRS 15 afwijkt van het moment waarop de opbrengst wordt verantwoord. Op basis van voorlopige resultaten verwacht de Groep een niet meer dan insignificante aanpassing ten opzichte van de huidige praktijk.
  2. Vereisten inzake presentatie en informatieverschaffing: IFRS 15 stelt inzake de presentatie en informatieverschaffing meer gedetailleerdere eisen dan bij de huidige IFRSen het geval is. De presentatievereisten betekenen een verandering van de huidige praktijk en zorgen ervoor dat de Groep in haar jaarrekening meer informatie moet verstrekken. Veel van de te verstrekken informatie conform IFRS 15 is nieuw. De Groep onderzoekt momenteel deze eisen op het gebied van informatieverschaffing, inclusief de behoefte aan beleidsrichtlijnen, procedures en interne controles die nodig zijn om de vereiste informatie te verzamelen en te presenteren.

In 2017 zal de Groep beslissen welke overgangsmaatregelen of praktische vereenvoudigingen zullen worden weerhouden.

IFRS 9 Financiële instrumenten (van toepassing voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2018). IFRS 9 brengt de drie aspecten van de verwerking van financiële instrumenten samen: classificatie en waardering, bijzondere waardevermindering en hedge accounting (afdekking). Met uitzondering van hedge accounting is retrospectieve toepassing vereist, maar het leveren van vergelijkbare informatie is niet verplicht. Voor hedge accounting worden de vereisten in het algemeen op prospectieve basis toegepast, met een beperkt aantal uitzonderingen. De Groep is van plan de nieuwe standaard vanaf 1 januari 2018 toe te passen. Gedurende 2016 heeft de Groep een algemene impactanalyse uitgevoerd van de drie aspecten van IFRS 9. Deze analyse is nog onderhevig aan veranderingen als gevolg van een meer gedetailleerde analyse in 2017.

  1. Classificatie en waardering: De Groep verwacht niet dat de toepassing van de classificatie- en waarderingsvereisten conform IFRS 9 van een significante invloed zal hebben op het geconsolideerde overzicht van de financiële positie of het eigen vermogen. Naar verwachting zullen alle financiële activa die momenteel tegen reële waarde worden verwerkt ook in de toekomst tegen reële waarde worden opgenomen. De reserve van activa beschikbaar voor verkoop die momenteel wordt gepresenteerd onder Andere elementen van het totaalresultaat wordt beginsaldo ingehouden winsten. Deelnemingen in niet-beursgenoteerde ondernemingen, momenteel verantwoord als Beschikbaar voor verkoop, zullen in de nabije toekomst worden aangehouden. De Groep verwacht gebruik te maken van de mogelijkheid om veranderingen in de reële waarde te verantwoorden onder Andere elementen van het totaalresultaat en verwacht derhalve dat de toepassing van IFRS 9 geen betekenisvolle invloed zal hebben. In dit geval zullen de veranderingen in de reële waarde opgenomen onder Andere elementen van het totaalresultaat niet langer herclassificeerd worden naar winst of verlies. Dit wijkt af van de huidige verwerking. Dat zou van invloed zijn op het geconsolideerd overzicht van het totaalresultaat, maar niet op het totaalresultaat van de Groep over het jaar. Indien de Groep geen gebruik maakt van deze mogelijkheid, dan zullen de aandelen worden aangehouden tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening. Hierdoor zou de volatiliteit van de opgenomenwinsten of verliezen toenemen. Leningen alsmede handelsvorderingen worden aangehouden om contractuele kasstromen te innen. Dit zal naar verwachting een kasstroom opleveren die alleen bestaat uit betalingen van de hoofdsom en interesten. De Groep verwacht derhalve dat deze onder IFRS 9 verwerkt zullen blijven tegen geamortiseerde kostprijs. De Groep zal de kenmerken van de contractuele kasstromen van dergelijke instrumenten nader analyseren alvorens te besluiten of al deze instrumenten voldoen aan de criteria voor waardering tegen geamortiseerde kostprijs conform IFRS 9.
  2. Bijzondere waardevermindering: Conform IFRS 9 is de Groep verplicht alle verwachte kredietverliezen op schuldbewijzen, leningen en handelsvorderingen te verantwoorden op twaalfmaandelijkse basis of op basis van levensduur. De Groep zal de vereenvoudigde aanpak naar verwachting toepassen en verwachte verliezen op alle handelsvorderingen opnemen. Onverminderd de ongedekte aard van de leningen en vorderingen verwacht de Groep niet dat deze van betekenisvolle invloed zullen zijn op het eigen vermogen, maar in 2017 zal er een meer gedetailleerde analyse worden uitgevoerd. Daarbij zal alle redelijke en gefundeerde informatie worden meegenomen, inclusief de toekomstgerichte elementen.
  3. Afdekking (hedge accounting): De Groep is van mening dat alle bestaande afdekkingsrelaties die momenteel worden aangemerkt voor effectieve afdekkingsrelaties, onder IFRS 9 nog steeds in aanmerking komen voor hedge accounting. Aangezien IFRS 9 de algemene uitgangspunten voor de verwerking van effectieve hedges niet verandert, verwacht de Groep niet dat de toepassing van IFRS 9 van betekenisvolle invloed zal zijn. De Groep zal de mogelijke veranderingen als gevolg van de verantwoording van de tijdswaarde van opties, termijnpunten of de valutabasisspread in de toekomst in meer detail bestuderen.

IFRS 16 Leaseovereenkomsten (van toepassing voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2019, nog niet goedgekeurd binnen de EU). De impact van de toepassing van deze standaard wordt momenteel bestudeerd. We verwachten een impact voor leaseovereenkomsten die momenteel geclassificeerd worden als operationele leaseovereenkomsten en waarvoor Solvay de leasenemer is. Voor meer informatie over bestaande operationele leaseovereenkomsten verwijzen we naar toelichting F24 Leaseovereenkomsten.

Andere normen, interpretaties of aanpassingen die van toepassing worden na 2017 zullen naar verwachting geen materiële invloed hebben op de geconsolideerde jaarrekening van de Groep.