Grondslagen voor de financiële verslaggeving

Algemeen

Op het einde van elke verslagperiode evalueert de Groep of er indicaties zijn voor een mogelijk bijzonder waardeverminderingsverlies van een actief. Indien dergelijke indicaties bestaan, dan wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat, om zo de omvang van het eventuele bijzondere waardeverminderingsverlies te bepalen. Waar het niet mogelijk is om de realiseerbare waarde van een individueel actief te bepalen, bepaalt de Groep de realiseerbare waarde van de KGE waartoe het betreffende actief behoort. Waar een redelijke en consistente toewijzingsbasis kan worden bepaald, worden de algemene bedrijfsactiva toegewezen aan de individuele KGE’s, of aan de kleinste groep van KGE’s waarvoor een redelijke en consistente toewijzingsbasis kan worden bepaald.

De realiseerbare waarde is de hoogste waarde van de reële waarde minus de verkoopkosten van het actief en de bedrijfswaarde. Bij het beoordelen van de bedrijfswaarde worden de geschatte toekomstige kasstromen verdisconteerd naar de contante waarde door gebruik te maken van disconteringsvoet vóór belastingen die de huidige marktbeoordelingen weerspiegelt van de tijdswaarde van het geld en de aan het actief verbonden risico’s waarvoor de schattingen van toekomstige kasstromen niet zijn aangepast.

Indien wordt geschat dat de realiseerbare waarde van een actief (of KGE) lager is dan de boekwaarde, wordt de boekwaarde van het actief (of KGE) gereduceerd tot de realiseerbare waarde ervan. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt onmiddellijk opgenomen in winst of verlies.

Wanneer een bijzonder waardeverminderingsverlies opgenomen in vroegere boekjaren wordt teruggenomen, wordt de boekwaarde van het actief (of KGE) gebracht tot de herziene geschatte realiseerbare waarde, voor zover de verhoogde boekwaarde niet hoger ligt dan de boekwaarde die (na aftrek van afschrijvingen) zou zijn bepaald als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of KGE) was opgenomen. Een terugboeking van een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt onmiddellijk opgenomen in winst of verlies.

Activa anders dan vaste activa aangehouden voor verkoop

In overeenstemming met IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa stemt de realiseerbare waarde van materiële vaste activa, immateriële activa, KGE’s of groepen van KGE’s, inclusief goodwill, en investeringen geconsolideerd volgens de equity-methode overeen met de hoogste waarde van hun reële waarde verminderd met de verkoopkosten, en hun bedrijfswaarde. De bedrijfswaarde is gelijk aan de contante waarde van de toekomstige kasstromen die verwacht worden van elk actief, elke KGE of groep van KGE’s, en ze wordt bepaald aan de hand van de volgende inputs:

  • bedrijfsplan goedgekeurd door het management op grond van veronderstellingen ten aanzien van groei en rentabiliteit, waarbij rekening wordt gehouden met prestaties uit het verleden, wijzigingen in de prognoses van de economische omgeving en de verwachte marktontwikkelingen. Een dergelijk bedrijfsplan dekt in het algemeen 5 jaar, tenzij het management voldoende vertrouwen heeft in prognoses op langere termijn;
  • bepaling van een eindwaarde (terminal value) op basis van de kasstromen die verkregen worden door het extrapoleren van de kasstromen van het laatste jaar van het hiervoor vermelde bedrijfsplan, waarbij rekening wordt gehouden met een groeivoet op lange termijn van toepassing op de activiteit en de locatie van de activa;
  • verdisconteren van verwachte kasstromen aan een disconteringsvoet die bepaald wordt op basis van de formule van de gewogen gemiddelde kapitaalkost.

Disconteringsvoet

De disconteringsvoet wordt geschat op basis van uitgebreide benchmarking met sectorgenoten om te bepalen welk rendement vereist zou zijn voor investeerders bij investeringen in de onderliggende activa. De gewogen gemiddelde kapitaalkost gebruikt voor de verdiscontering van toekomstige kasstromen werd vastgesteld op 7,2% in 2016 (7,7% in 2015). De daling is toe te schrijven aan het lagere renteklimaat.

Groeivoet op lange termijn

In 2016 werd de groeivoet op lange termijn vastgesteld op 2%, met uitzondering van Aroma waar de groeivoet op 1% is vastgesteld. In 2015 werd de groeivoet op lange termijn vastgelegd tussen 1% en 3%, afhankelijk van de KGE. De groeivoeten zijn consistent met de gemiddelde groeivoeten voor de markt op lange termijn van de respectievelijke KGE’s en de landen waarin ze actief zijn.

Andere belangrijke veronderstellingen zijn specifiek voor elke KGE (energieprijs, volumes, marge,…).

Algemeen

De testen voor bijzondere waardevermindering die op 31 december 2016 en 2015 op GBU-niveau werden uitgevoerd, hebben niet geleid tot een bijzondere waardevermindering van activa, aangezien de realiseerbare waarde van de (groepen van) KGE’s significant hoger was dan hun boekwaarde. Het verschil tussen de boekwaarde en de bedrijfswaarde van de (groepen van) KGE’s (resterend overwaarde) bedraagt in alle gevallen meer dan 10% van hun boekwaarde. Voor deze (groepen van) KGE’s zou een redelijke wijziging in een sleutelveronderstelling waarop de realiseerbare waarde van de (groepen van) KGE’s is gebaseerd, niet leiden tot een bijzonder waardeverminderingsverlies in de betreffende (groepen van) KGE’s. In dat opzicht merken we op dat voor de KGE's van Cytec (Composite Materials en Technology Solutions) door onderliggende gevoeligheden een overwaarde resteert van minder dan 10% van hun boekwaarde.

Veronderstellingen:
Disconteringsvoet = 7,2%
Groeivoet op lange termijn = 2%

 

Realiseerbare waarde (in € miljard)

 

Resterende overwaarde (in € miljard)

 

 

Composite Materials

 

Technology Solutions

 

Composite Materials

 

Technology Solutions

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gevoeligheid voor 1% afname van groeivoet op lange termijn

 

–0,5

 

–0,3

 

0,2

 

0,1

Gevoeligheid voor 1% toename van groeivoet op lange termijn

 

0,8

 

0,5

 

1,5

 

0,8

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gevoeligheid voor 0,5% afname van disconteringsvoet

 

0,4

 

0,3

 

1,1

 

0,6

Gevoeligheid voor 0,5% toename van disconteringsvoet

 

–0,4

 

–0,2

 

0,3

 

0,1

Voor de KGE's van Cytec is de verwachting dat een ongunstige verandering in de groei of de disconteringsvoet, zoals hierboven aangegeven, niet zal resulteren in een bijzondere waardevermindering.

RusVinyl

RusVinyl is een Russische joint venture in chloorvinyl (Operationeel Segment: Functional Polymers) waarin Solvay een eigen vermogensbelang van 50% heeft samen met Sibur, die de andere 50% bezit.

In 2015 leidde een nieuw bedrijfsplan dat door RusVinyl werd voorgelegd aan zijn crediteuren tot een positieve aanpassing van RusVinyls aandeel opgenomen volgens de equity-methode voor een totaal van € 19 miljoen. De realiseerbare waarde van de investering is geschat op basis van een dividend discount model dat rekening houdt met dit nieuwe bedrijfsplan. In 2016 zijn geen extra bijzondere waardeverminderingsverliezen of terugboekingen opgenomen.

De realiseerbare waarde is uiterst gevoelig voor de RUB/€-wisselkoers. Deze koers beïnvloedt de boekwaarde van de investering, de valutaverliezen op de schuld in euro en bijgevolg het potentiële resultaat beschikbaar voor uitkering. De gevoeligheid voor de RUB/€-wisselkoers en de inflatie in Rusland leiden tot een reeks resultaten die gaan van € 90 miljoen boven en onder de realiseerbare waarde.

Overige

De bijzondere waardeverminderingen die in 2016 zijn opgenomen hadden voornamelijk betrekking op:

  • het besluit tot stillegging van de natriumcarbonaatfabriek in Egypte (€ 82 miljoen - Operationeel segment: Performance Chemicals);
  • de warmtekrachtkoppelingscentrale in Brazilië als gevolg van de slechte marktomstandigheden (€ 28 miljoen – Operationeel segment: Corporate & Business Services);
  • de Coleopterre-activa (€ 16 miljoen – Operationeel segment: Advanced Materials); en
  • het besluit om uit het Amerikaanse elektriciteitsopwekkingsproject op basis van getorreficeerde biomassa te stappen (€ 10 miljoen – Operationeel segment: Corporate & Business Services).

Een bijzondere waardevermindering van € 26 miljoen in verband met niet-renderende Special Chem-activa (Operationeel Segment: Advanced Materials) werd in 2015 opgenomen.

Vaste activa aangehouden voor verkoop

Solvay Indupa

Op het einde van 2015 bevestigde Solvay dat zijn strategische visie om zijn belang in Solvay Indupa te verkopen ongewijzigd bleef en dat het nu alternatieve opties overwoog om zijn doel te bereiken. De herwaardering naar reële waarde minus de verkoopkosten van Solvay Indupa resulteerde in een bijkomend bijzonder waardeverminderingsverlies van € 88 miljoen in 2015. Op 2 mei 2016 ondertekende Solvay een overeenkomst met Unipar Carbocloro voor de verkoop van zijn aandelen aangehouden in Solvay Indupa. Tijdens het derde kwartaal van 2016 werd de reële waarde min verkoopkosten aangepast, teneinde de impact van de verslechterde bedrijfsomgeving op de transactie weer te geven. Een bijzonder waardeverminderingsverlies ten belope van € 63 mln werd opgenomen in 2016. De vervreemdingstransactie werd afgerond op 27 december 2016, voor een totale ondernemingswaarde van USD 202,2 miljoen.