Grondslagen voor de financiële verslaggeving

Ingevolge de “Guidelines on Alternative Performance Measures”, gepubliceerd door het ESMA op 30 juni 2015, en van toepassing vanaf 3 juli 2016, splitste Solvay de niet-recurrente elementen in twee elementen: (a) Resultaat uit portefeuillebeheer en herevaluaties, en (b) Resultaat van historische sanering en belangrijke juridische geschillen. De som van deze twee elementen is exact gelijk aan wat vroeger werd opgenomen als “Niet-recurrente elementen”, vóór herklassering naar beëindigde bedrijfsactiviteiten.

Resultaat uit portefeuillebeheer en herevaluaties omvat:

  • winsten en verliezen van de verkoop van dochterondernemingen, gezamenlijke befrijfsactiviteiten, joint ventures en geassocieerde deelnemingen die geen beëindigde bedrijfsactiviteiten zijn;
  • overnamekosten van nieuwe bedrijven;
  • winsten en verliezen van de verkoop van vastgoed dat niet direct verbonden is aan een bedrijfsactiviteit;
  • kosten van herstructureringen die voortvloeien uit het beheer van de portefeuille en herevaluaties, inclusief waardeverminderingsverliezen voortvloeiend uit de stopzetting van een activiteit of een productie-eenheid; en
  • waardeverminderingsverliezen die voortvloeien uit het testen van kasstroomgenererende eenheden.

Resultaat uit historische sanering en belangrijke juridische geschillen omvat:

  • de saneringskosten die niet veroorzaakt worden door operationele productiefaciliteiten (gesloten vestigingen, beëindigde productie, milieuvervuiling in vroegere jaren); en
  •  de gevolgen van belangrijke juridische geschillen.

Resultaat uit portefeuillebeheer en herevaluaties

In € miljoen

 

2016

 

2015

Herstructureringskosten en waardeverminderingen

 

–239

 

–111

Fusie en overname kosten en meer- en minderwaarden op vervreemdingen

 

75

 

–94

Resultaten uit portefeuillebeheer en herevaluaties

 

–164

 

–205

Resultaat uit historische sanering en belangrijke juridische geschillen

In € miljoen

 

2016

 

2015

Belangrijke juridische geschillen

 

–14

 

8

Saneringskosten en andere kosten nietvoorvloien uit operationele productie-eenheden

 

–42

 

–45

Resultaten uit historische sanering en belangrijke juridische geschillen

 

–56

 

–36

In 2016 hadden deze posten voornamelijk betrekking op:

  • Herstructureringskosten en bijzondere waardevermindering in verband met:
    • de stillegging van de natriumcarbonaatfabriek in Egypte (€ 112 miljoen);
    • het besluit tot desinvestering van het Amerikaanse elektriciteitsopwekkingsproject op basis van getorreficeerde biomassa (€ 39 miljoen);
    • herdimensionering van de gedeelde diensten van Solvay door veranderingen in de portefeuille van de Groep (€ 40 miljoen);
    • de invloed van de slechte marktomstandigheden op de Braziliaanse warmtekrachtkoppelingscentrale (€ 28 miljoen).
  • Fusie- en overnamekosten en meer- en minderwaarden op vervreemdingen:
    • winst op de desinvestering van Inovyn (€ 71 miljoen);
    • verlies op de vervreemding van de peroxide-activiteiten in Bussi (Italië) (€ 13 miljoen);
    • winst op de extra terugboeking van de holdback die deel uitmaakte van de overnameprijs voor Chemlogics en waarvoor prestatievoorwaarden waren gesteld die in 2016 niet gehaald werden (€ 49 miljoen);
    • fusie- en overnamekosten van € 25 miljoen.

In 2015 hadden deze posten voornamelijk betrekking op:

  • Herstructureringskosten en bijzondere waardevermindering in verband met:
    • herstructureringskosten (€ 57 miljoen), met name door een herdimensionering van de Solvay Functions als gevolg van veranderingen in de portefeuille van de Groep (€ 35 miljoen);
    • de fluorietmijn in Bulgarije (€ 25 miljoen);
    • de desinvestering van Plextronics (€ 8 miljoen).
  • Fusie- en overnamekosten en meer- en minderwaarden op vervreemding:
    • overnamekosten van Cytec (€ 130 miljoen), hoofdzakelijk voor adviesdiensten (zie toelichting F22 Goodwill en bedrijfscombinaties);
    • de fusie- en overnamekosten werden vooral beïnvloed door een gedeeltelijke terugboeking van de holdback (€ 25 miljoen) die deel uitmaakte van de overnameprijs voor Chemlogics en waarvoor prestatievoorwaarden gesteld waren die in 2015 niet gehaald werden.

Daarnaast is een bedrag van € 3 miljoen overgedragen naar beëindigde bedrijfsactiviteiten. Daardoor wordt de som van bovengenoemde posten voor 2015 gelijk aan het bedrag dat in de geconsolideerde jaarrekening over 2015 conform IFRS is gepresenteerd als niet-recurrent.